Op een bepaald kruispunt wou ik een oudere man in een Grijsbruine peugot voorlaten, maar hij stond erop dat ik eerst overstak. Toen ik de andere kant van de weg bereikte riep hij door zijn raam, TRAVELER? Ik zei natuurlijk ja, en vertelde hem dat ik onderweg naar Honfleur was. Hij zei me dat dit helemaal de verkeerde weg was, en wou mij een lift geven tot aan de brug die over de Seine ging. Ik zei in volle vreugde natuurlijk , ja. Ik stapte in, en toen we 2 straten verder waren, vroeg hij of ik al gegeten had. Ik vertelde dat buiten mijn klein ontbijt smorgens, ik alleen nog maar appelen heb gegeten. Hij zei dat je zo niet kon reizen, en nam me mee naar zijn huis. Daar werd ik begroet door een klein hondje, precies een chiuwawa maar dan in het zwart. Hij leidde me rond door zijn huisje, en liet me zijn tuin zien. Toen ik door de schuifdeur naar buiten stapte op het balkon had ik een zicht waarvan ik moest slikken. Zo mooi, ze hadden zicht over een heel groot deel van de Seine, en alles wat er aan de andere kant was. Het was zo mooi! Nog nergens heb ik zo een pracht van een zicht gezien. In de keuken kreeg ik een heel brood voorgeschoteld met zelfgemaakte pruimen confituur. Die ik met veel plezier naar binnen werkte. Toen ik mijn buikje vol had, gingen we terug op stap, hij vertelde mij onderweg dat hij vroeger zelf veel had gereisd. En zijn vrouw in Holland leerde kennen. Dat was ook de reden waarom er zoveel Nederlandstalige boekjes in het huis lagen. Zijn zoon was voor zijn werk ook constant op reis, maar ik begreep niet goed wat die deed. Hij zette mij af aan de brug over de Seine waar we afscheid namen.
Ik aanschouwde de brug over de Seine met mijn ogen wijd open. Het leek echt die rode brug uit Amerikaanse films, maar dan waarschijnlijk een beetje kleiner. Maar toch ze was gigantisch! De auto’s stonden allemaal aan te schuiven aan de payage, en ik liep gewoon voorbij, het was blijkbaar niet de bedoeling om als voetganger hier over te steken, maar dat intresseerde mij niet. Ik moest aan de overkant van de rivier geraken. En dit was voor mij de enigste manier, of ik moest uren wachten op een kans dat iemand mij meenam, en daar had ik geen zin in. Het voetpad over de brug was redelijk smal, en met de harde wind die mij uit mijn schoenen blies was ik verplicht om stap na stap te zetten terwijl ik mij vasthield aan de railing. Het zicht was natuurlijk ook weer adembenemend, en onder mij kwam juist een bootje doorgevaren. De mensen daarop leken wel mieren, zo hoog bleek ik te zitten. Toen ik uiteindelijk de andere kant bereikte besloot ik terug te beginnen liften, hier was genoeg plaats voor mensen om te stoppen. In de verte zag ik een auto rare manouvers doen, deze bevond zich op een weg die parallel liep met degene waar ik op aan het wandelen was, toen ik dichter kwam, deed de man in de wagen het teken om tot bij hem te komen. Hij zei dat ik nooit een lift zou krijgen op die weg, en besloot mij mee te nemen naar een andere weg waar het minder druk was. Voor mij was dit okee, hoe dichter bij mijn bestemming hoe beter dacht ik. Hij vroeg waar ik vandaan kwam, en toen ik hem zei dat ik een belg was, begon hij te vertellen dat zijn familie ook uit belgie komt. Uit Wallonië weliswaar. Het viel mij op dat de man een rare tik had, precies alsof hij moeilijkheden had om te slikken. Hij reed constant te hard, ging in mensen hun gat rijden om dan net op de laatste moment hen voorbij te schieten. Ik werd er zelf ook zenuwachtig van en was blij toen hij stopte op een kruispunt, om te zeggen dat hij hier ging terugdraaien.
Ik bedankte hem en pakte mijn zak, en wuifde hem nog even na. Toen hij uit het zicht was keek ik direct naar mijn benen die aardig waren aan het jeuken, ze zaten vol met kleine goudkleurige wormachtige beestjes, die kleiner waren de haartjes die op mijn pink staan. Ik nam het flesje tea tree dat mijn moeder me had mee gegeven , besmeurde mijn schoenen, sokken, benen en broek ermee. En dit hielp precies wel, een paar loste vanzelf en de andere veegde ik netjes van mijn benen. Ik stopte alles terug netjes in mijn zak, nam de laatste appel voor te eten en vertrok weer. Het bleek vandaag mijn geluksdag want nog geen 5 passen verder stopte een grote vrachtwagen. Een stoere jongeman met een getatoeërde 9 in zijn nek vroeg waar ik heen wou, en nadat ik mijn bestemming had meegedeeld zei hij dat ik mocht instappen. Ik nam plaats op de passagierszetel die grappig genoeg constant in beweging bleef. Hij vertelde me dat hij regelmatig naar België reed, en zelf juist buiten Honfleur woont. Hij bleef maar doorgaan met vertellen, en zei dingen over dat hij in kortrijk een vriend heeft wonen, die daar zijn vrouw heeft leren kennen. Hij constant in de haven van Antwerpen gaat leveren. En hoe hij genoot van de zomer en de kortgerokte meisjes die deze meebrengt. Ik kon hem helemaal volgen. Hij zette me juist buiten Honfleur af en wenste me nog een aangename trip.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten